Zo lees je een spelschema
Elk spel op Tabletwin heeft bovenaan zijn pagina een schema: één lijn door het spel, getekend uit de regels van het spel, met dezelfde tekens voor elk spel. Kun je er één lezen, dan lees je ook het volgende spel dat je nog nooit hebt gezien.
De woorden van het spel zelf staan in het Engels, zoals in het model.
Eén lijn door het spel
Lees van links naar rechts (op een telefoon van boven naar beneden). De lijn begint bij het rondje en eindigt bij de vlag; wat erop ligt, gebeurt in die volgorde. Is een spel te lang voor één rij, dan loopt het door op de volgende rij, zoals een regel tekst.
De tekens
- een beslissing: een speler kiest
- toeval: dobbelstenen, een geschudde stapel
- een beslissing waar toeval bij komt kijken
- een geheime beslissing: de anderen zien hem niet
- een beslissing met een menu: zie kaart A
- vaardigheid: een stoot of worp
- automatisch: het spel doet het zelf
- een keuze die vóór het spel vastligt
- herhaalt: wat erin staat, 13 keer (×~3: ongeveer 3, ×≤10: hoogstens 10)
- een beurt voor elke speler, na elkaar
- fasen: waar de ene eindigt en de volgende begint (groen: spelers mogen ertussen reageren)
- alleen als dit geldt
- het spel kijkt en gaat de ene of de andere kant op
- hier mogen spelers reageren
- het einde: ✓ winst, ✗ verlies, = gelijkspel
- deck → handwat verschuift: van → naar
Eerste voorbeeld: boter-kaas-en-eieren
- Het vak ↻ round bevat een beurt voor elke speler (het poppetje): de spelers zijn om de beurt aan zet, steeds opnieuw.
- Een beurt is één blauwe ruit: je beslist waar je je teken zet.
- De vlag laat zien hoe het spel eindigt: drie op een rij wint (✓), een vol bord is gelijkspel (=).
Tweede voorbeeld: Yahtzee
- Vóór het spel staan de open ruiten voor wat eerst vastligt: hoeveel spelers, en wie begint.
- Het spel duurt 13 rondes, en in elke ronde is elke speler een keer aan de beurt.
- In je beurt gooi je vijf dobbelstenen (een paarse bol: toeval), dan mag je stenen vasthouden en de rest opnieuw gooien (een ruit met een bol: een beslissing waar toeval bij komt kijken), en dan kies je in welk vak je scoort.
- Na de laatste ronde wint het hoogste totaal.
Naslagkaarten
Heeft een beslissing een menu, dan staat er een letter bij de ruit. De kaart met die letter heeft een regel voor elke mogelijkheid: wanneer je hem mag kiezen (if …) en wat hij doet, in dezelfde tekens: ◆ je kiest, ● toeval, van → naar wat verschuift, → ✓ wat een succes oplevert. Dit is de kaart van Bellwake:
Aplay · toll · stop
| Play a card | if a card in hand that can be played now · a playable card · pay echo · the card says |
|---|---|
| Toll the bell | if once per round, for echo · pay echo · −1 hush |
| Stop playing cards |
Fasen, voorwaarden, reacties
Een fase is een stuk van de lijn met een naam: een dunne lijn dwars erover markeert waar de ene fase eindigt en de volgende begint, een groene dat spelers ertussen mogen reageren. Een kort groen streepje op de lijn is nog een moment om te reageren. Een gestippeld stuk gebeurt alleen als de voorwaarde erboven geldt. Bij een controle splitst de lijn zich in sporen, die daarna weer samenkomen.
Open nu een spel dat je niet kent en lees eerst het schema. Alle spellen